Draai een van onze kappen om en kijk erin. Het goud dat je ziet is geen versiering. Het is de reden dat het licht eruit komt zoals het eruit komt.
Wit licht bestaat eigenlijk niet in een woonkamer. Het licht dat je prettig vindt, is licht dat ergens tegenaan gekaatst is en onderweg warmer is geworden. Tegen een gepleisterde muur, tegen een houten vloer, tegen een linnen gordijn. Wij hebben die stap in de kap zelf gezet.
Het licht van je lamp raakt eerst de matgouden binnenzijde. Goud kaatst rood en geel sterker terug dan blauw, dus wat er de kamer in valt is warmer dan wat de lamp maakt. Mat en niet glanzend, want een spiegelend oppervlak geeft harde reflecties en een matte laag verdeelt het licht rustig.
Wat je ziet als de lamp aan gaat: een warme plas licht op de tafel of de vloer eronder, een zachtere gloed tegen het plafond, en een gouden randje langs de onderkant van de kap wanneer je er van opzij naar kijkt.
We hebben achtentwintig dessins en ze lijken onderling nergens op. De strakke zwart-witte strepen van de Atrani en de blauwe kreeft van de Bari hebben visueel niets gemeen. Wat ze verbindt is het licht dat ze maken, en dat komt uit die gouden laag.
Hoeveel licht er door de kap heen schijnt, hangt af van hoe dicht de stof geweven is. Bij de dichtere dessins gaat vrijwel al het licht naar boven en beneden. Bij de opener stoffen licht het dessin zelf mee op en zie je het patroon oplichten in de kamer.
Zet de lamp een keer aan bij daglicht en nog een keer als het buiten donker is. Het verschil zit hem in het goud.